Nieuws

Digitalisering in de zorg vraagt alertheid én betrokkenheid van artsen

De mogelijkheden lijken eindeloos, maar tegelijk brengt de snelle opkomst risico’s met zich mee. Bij de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) is er de commissie AI en digitalisering, om over deze vraagstukken na te denken en AI op een zo goed mogelijke manier te integreren in het vak van bedrijfsarts, in nauwe samenwerking met andere disciplines. Ook worden er vanuit de vereniging andere projecten gestart op het gebied van digitalisering.
Robert Schoenaker is NVAB-bestuurslid en bedrijfsarts in opleiding en heeft een grote interesse in AI. Hij richtte daarom de NVAB-commissie AI en digitalisering op. ‘Er zijn ook andere beroepsgroepen die een dergelijke commissie hebben. Wijzelf zijn begonnen met bekijken welke applicaties de bedrijfsgeneeskunde inkomen, zowel bij ons als bij andere disciplines. Wat vinden we belangrijk bij het gebruik van dergelijke applicaties?’ De commissie werkt volgens de principes van taakdelegatie, waarbij taken van de bedrijfsarts worden gedaan in samenwerking met andere arboprofessionals. ‘Die principes vertalen we naar de digitale ontwikkelingen. Zo kunnen we handvatten geven aan artsen, als je gaat werken met AI, waar moet je dan rekening mee houden?’
Als je gaat werken met AI, waar moet je dan rekening mee houden?
Ook op het gebied van gegevensuitwisseling worden stappen gezet. Carolien Bouma, Interim-projectleider van het ZonMw-project PGO & Werk, vertelt bijvoorbeeld over hoe vanuit de bedrijfsgeneeskunde aansluiting wordt gezocht met andere disciplines in de persoonlijke gezondheidsomgeving (pgo). ‘In Europa is in maart een wet aangenomen, de European Health Data Space. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat relevante medische gegevens in het zorgnetwerk beschikbaar zijn én voor de patiënt’, zegt ze. ‘Tot nu toe is de bedrijfsarts niet zo in beeld geweest. We zetten met dit project stappen om aan te sluiten.’
Dit is belangrijk omdat bedrijfsgeneeskundige gegevens nu niet centraal worden verzameld. Dat maakt het moeilijk om later gegevens terug te vinden wanneer werknemers veranderden van werkgever, of werkgevers van arbodienst. ‘Beroepsziekten krijgen op dit moment veel aandacht. Stel, je wordt ziek omdat jij jarenlang op je werk bent blootgesteld aan een bepaalde stof. Dan wil je als werknemer deze gegevens inzichtelijk hebben’, zegt Bouma. Op dit moment is dat dus nog lastig. In de toekomst kan AI in dit project ook een rol gaan spelen. ‘Bij de implementatie zijn AI-tools zoals speech-to-text zeker nuttig. Dan heb je wel nodig dat de tool weet welke gegevens belangrijk zijn om vast te leggen.’

ChatGPT en emoties

Als ondernemer en bedrijfsarts is Jean-Maurice Cijntje ook actief met digitalisering en AI. ‘Voor veel mensen is dit ver van hun bed. Als je software niet leuk of interessant vindt, ga je jezelf er ook niet in verdiepen.’ Toch krijgt iedereen ermee te maken, stelt hij. ‘We zijn van alles aan het onderzoeken, simpele transcriptie, maar ook de mogelijkheden om gesprekken te laten samenvatten met AI of AI zelfs te laten meedenken tijdens een consult. Dat is een hoger niveau van de technologie, maar dat is wel onderweg.’ De technologie is namelijk constant in ontwikkeling, IT-wetenschappers verwachten bijvoorbeeld dat ChatGPT binnen twee jaar uit zichzelf emoties zal gaan tonen.1
Cijntje en Schoenaker zijn beiden erg enthousiast over de ontwikkelingen. ‘Maar we zien ook een groep werkenden die er moeite mee heeft’, zegt Schoenaker. ‘Dat kan ook gezondheidsschade opleveren. Daar zie ik een taak voor bedrijfsartsen, om daar waakzaam in te zijn.’ Die gezondheidsschade kan bijvoorbeeld optreden in de psychosociale arbeidsbelasting. Ook is een risico dat mensen die niet zo vaardig zijn met AI achterblijven. ‘Dat kunnen ook mensen zijn met heel veel expertise, het is belangrijk dat we die niet passeren.’ Het werktempo kan door AI omhooggaan, of de complexiteit van de taken wordt hoger omdat AI simpeler werk overneemt. ‘Een zorgorganisatie kan bijvoorbeeld zeggen: jij hoeft niet meer te typen, dan kan je consult 3 of 4 minuten eerder klaar zijn, dus je kunt meer patiënten zien. Dat kan extra stress opleveren.’ Voor bedrijfsartsen is het dus in de toekomst zaak om zowel zelf te kunnen werken met AI, als de kennis te hebben om werkenden te helpen ermee om te gaan.

Veel gemak

Cijntje ziet ook risico’s bij het gebruik van AI door artsen. ‘Het is belangrijk dat je als arts een beetje snapt wat je doet.’ Hier zijn certificaten voor, om te checken of een aanbieder van AI-oplossingen compliant zijn met de wetgeving. ‘ISO27001- en NEN7510-gecertificeerde organisaties worden jaarlijks gecontroleerd door een onafhankelijk orgaan,’ zegt hij. ‘Dat certificaat kan onder voorwaarden afgegeven of zelfs ingetrokken worden. Daarom is het verstandig voor artsen om dit na te gaan voordat zij een AI-oplossing gebruiken, want eenmaal ingevoerde data kunnen niet worden teruggehaald.’
Als een arts een stuk tekst laat controleren zonder gegevens van een klant of patiënt eruit te halen, schendt die de wetgeving. Maar een foutje maken met AI is heel menselijk, stelt Cijntje: ‘Iemand heeft een drukke dag, even snel copy-paste in ChatGPT en de data zit in het systeem. Bij Google kan je nog een verzoek indienen om bepaalde data offline te halen, maar waar ga je bij AI aankloppen?’ Daarnaast linken systemen met elkaar, waardoor andere software en mensen bij de informatie kunnen. Je moet dus heel alert blijven bij het gebruik van AI.
‘We moeten hier als artsen heel actief mee bezig zijn, want iedereen krijgt ermee te maken, direct of indirect.’
Dit betekent niet dat artsen het helemaal moeten afschrijven, zegt hij. ‘Het brengt heel veel gemak. Als we mogen dromen, zou een oplossing zijn dat iedere sector z’n eigen AI ontwikkelt. Met eigen software, eigen algoritmes en eigen data. ‘Dan weet je waar de data opgeslagen is, waar het vandaan komt en of het correct is.’ De mogelijkheden zijn eindeloos, zegt hij. ‘Vooral op het gebied van preventie gaat AI een cruciale rol spelen. AI kan veel beter verbanden leggen dan de mens en dit zal leiden tot nieuwe inzichten in de geneeskunde en de verbetering van medisch beleid.’
Schoenaker hoopt in de komende periode een kader af te kunnen maken waar individuele artsen mee aan de slag kunnen. ‘En daarna wil ik graag de vertaalslag maken naar werkenden, wat betekent AI voor hen? Die twee dingen hebben de hoogste prioriteit.’ Hierbij is speciale aandacht voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. ‘Stel iemand zit in een kwetsbare positie, is laaggeletterd en heeft moeite met werk vinden. Als er dan ook nog AI bij komt kijken, wordt het nog moeilijker.’ Ook ziet hij het als een taak om de ontwikkelingen te blijven volgen. ‘We moeten hier als artsen heel actief mee bezig zijn, want iedereen krijgt ermee te maken, direct of indirect.’

Bron: Medisch Contact